Duik 600: 13 november 2008, Mathu Kandu
Duik 618: 18 november 2008, Maya Thila

Stel je voor: een lang gerekt eiland aan de uiterste zuidpunt van het Ari atol. Ver achter ons de dhoni met twee bemanningsleden op het dak en voor ons in de verte het kleine bijbootje met op de voorplecht een speurend bemanningslid dat in het dagelijks leven ober en bartender is van de boot. Boven op de brug staan 4 man van de bemanning het water af te turen en er wordt druk getelefoneerd met zowel de bijboot als de dhoni. We zijn intussen voor de derde keer voor het zelfde resort langs gevaren en nog steeds wordt er gespannen getuurd. Dan opeens: whaleshark, whaleshark, whaleshark! Paniek aan boord, iedereen rent naar zijn snorkelspullen, de een vergeet zijn zwembroek aan te trekken, een andere laat zijn snorkel in zijn hut liggen en een derde probeert zijn duikbril over zijn gewone bril heen aan te trekken. We staan met de hele groep aan de kant van de boot om overboord te springen als de walvishaai in de buurt is. Die besluit echter om onder te duiken dus gaan we ons klaar maken voor de middagduik. Teleurgesteld vertrek iedereen. Gisteren hebben een aantal mensen al tijdens een duik een ontmoeting gehad met deze gigant maar het grootste deel van de groep heeft niet veel meer dan een glimp opgevangen tijdens een haastige snorkelontmoeting van hoogstens 10 seconden. We stappen op de dhoni en vertrekken naar de duikstek. Als iedereen klaar staat om overboord te gaan wordt er heel toevallig door een dhoni van het resort een walvishaai ontdekt en worden er snorkelaars overboord gezet. Onze dhoni draait bij en we stappen overboord. Met kloppende hart in de keel kijken we rond maar zien niets. Het zicht is in dit ondiepe gedeelte niet veel meer dan 15, 20 meter en dus kun je zelfs een walvishaai missen. Dan opeens de rammelaar van de duikgidsen en als ik me omdraai zie ik het enorme beest op me af komen. Dwars door de groep gelukzalige duiker heen zwemmend glijdt het zwart met wit gespikkelde monster voorbij. Ik kijk naar de bellen van mij buddy, die aan de andere kant van het monster terecht is gekomen en zie dat hij de achtervolging in zet en dus ga ik mee. Achter me zie ik Brandje (voorheen bekend als Henry) gebaren naar zijn buddy’s en mij gebaren dat hij bij ons aan gaat sluiten. Ik zet aan en weet ter hoogte van de kop van het prachtige beest te komen en zie daar eerst de flitser, dan de camera en uiteindelijk de bijbehorende fotograaf verschijnen. We schieten er op los totdat ik me realiseer ik wel erg hard moet werken om mijn lichaam van de gewenste hoeveelheid zuurstof te voorzien. We zijn in de vijf minuten dat we met het beest mee zwommen van 4 meter afgedaald tot zo’n 27 meter en hoewel het beest nauwelijks lijkt te bewegen heeft hij intussen een snelheid die mij iets te veel energie kost om bij te houden. Ik stijg wat op zodat ik Remco zie en geef aan dat ik de strijd op ga geven. Hij snapt wat ik bedoel, Brandje ook en dus kijken we het beest na terwijl het in de diepte verdwijnt. Hijgend in mijn automaat voel ik eerst mijn hart tot rust komen en vervolgens de ademhaling terugzakken naar het normale tempo. Gelukzalig maken we met twee handen tegelijk het OK tekenen en dat een keer of acht… Het rif is eigenlijk lelijk, zo zien we nu pas. Veel, heel veel dood koraal met hier en daar wat levend spul. Veel witborstdoktersvissen en dat is altijd een goede graadmeter voor een dood rif. We beginnen aan de opstijging en zo’n kwartier later komen we aan op het plateau aan de rand van het rif dat op een meter of 5,6 diepte ligt. We besluiten om een lekker luie lange safetystop te maken. Een wrattenslak is eigenlijk het enige dat nog vermeldenswaardig is.Ik kijk achterom om te zien waar Brandje blijft en slik bijna mijn automaat in. Boven Brandje, die zo’n tien meter achter ons zwemt, komt een enorme walvishaai aan. Ik weet niet wat ik eerst moet doen en schreeuw dus door mijn ademautomaat: HENRY!!!! (dat gaat namelijk veel beter als Brandje, probeer maar eens). Brandje kijkt links en rechts maar ziet daar natuurlijk niets totdat hij ook wel door krijgt dat niet het licht uit aan het gaan is maar er iets heel groots boven hem zwemt. Het beest heeft meer haast dan zijn voorganger en wellicht zijn we nog wat moe van de vorige achtervolging want langer dan een minuut 3 kunnen we hem niet bij houden. We hebben wel een beetje ge-jojo’d want we zitten inmiddels weer op 15 meter…. Als grootverbruiker is mijn fles inmiddels behoorlijk leeg aan het raken en dus laat Brandje zijn decoboei op zodat we aan de safetystop kunnen beginnen. Dat gaat niet helemaal goed, want halverwege loopt het touw vast, breekt en vertrekt de decoboei naar de oppervlakte: “no strings attached”… Maar geen nood, iedereen is intussen standaard uitgerust met ’n decoboei, we laten Remco’s boei op en dus kunnen we lekker nagenietend van een prachtige duik uithangend in het heerlijke water een safetystop maken.

Duik 600: 13 november 2008, Mathu Kandu
Duik 618: 18 november 2008, Maya Thila